wat een tandvleesontsteking bij implantaten is en hoe dit behandeld wordt

Parodontologie Praktijk Fokkema

is een verwijspraktijk voor tandvleesproblemen. Dit houdt in dat er altijd een verwijzing van de eigen tandarts of mondhygiënist nodig is om een afspraak te kunnen maken. Lees op deze site meer over wat een parodontoloog doet of wat parodontitis is en ontdek wanneer een verwijzing zinvol kan zijn. Let op als je binnenkort een afspraak in onze praktijk hebt, beantwoord dan vooraf de triagevragen met betrekking tot het coronavirus.

Tandvleesontsteking bij implantaten

Het tandvlees rondom een implantaat kan net als bij een eigen tand of kies ontstoken raken, omdat bacteriën zich niet alleen vasthechten aan het tandoppervlak, maar ook aan de kroon op het implantaat. Deze tandvleesontsteking wordt bij een eigen tand gingivitis genoemd en bij een implantaat mucositis.

Mucositis is net als gingivitis een oppervlakkige tandvleesontsteking, waarbij het houvast nog niet is aangetast. Bij parodontitis is dit wel het geval en zit de ontsteking dieper onder het tandvlees. Zo’n diepere tandvleesontsteking kan zich ook bij een implantaat ontwikkelen en wordt peri-implantitis genoemd. Zowel bij parodontitis als bij peri-implantitis is het kaakbot aangetast en bij parodontitis ook het wortelvlies. Dit ontbreekt bij een implantaat en uniek is voor een eigen tand of kies.

Het wortelvlies dat vastzit aan het kaakbot en de wortel van een eigen tand fungeert als een soort schokdemper om (kauw)krachten op te vangen, maar ook om deze te registreren. Hierdoor kunnen kauwkrachten bijgestuurd worden of wordt pijn ervaren als op iets hards gebeten wordt. Omdat een implantaat geen wortelvlies heeft, ontbreken deze functies en voelt iemand met een implantaat niet hoe hard gebeten wordt. Dit maakt een implantaat gevoeliger voor (kauw)krachten of overbelasting.

Schematische dwarsdoorsnedes van een eigen tand en een implantaat met gezond en ontstoken tandvlees (a=tandglazuur, b=wortel, c=wortelvlies, d=kaakbot)

Afbeelding 1 toont een eigen tand met gezond tandvlees en intact wortelvlies en kaakbot. Afbeelding 2 toont dezelfde gezonde situatie bij een implantaat, echter hierbij ontbreekt het wortelvlies dat uniek is voor een eigen tand of kies. Het kaakbot is niet echt vastgehecht aan het implantaat maar is er tegenaan gegroeid, dankzij de schroefvorm heeft het implantaat houvast in de kaak. Afbeelding 3 toont een eigen tand met ernstig ontstoken tandvlees en verlies van wortelvliesaanhechting en kaakbot; dit wordt parodontitis genoemd. Er heeft zich een diep zakje (pocket) gevormd waarin zich veel bacteriën hebben opgehoopt en een ontsteking veroorzaken. Afbeelding 4 toont dezelfde situatie voor een implantaat, waarbij zich ook een diep zakje heeft gevormd en het tandvlees ook ernstig ontstoken is en het kaakbot aangetast is; dit wordt peri-implantitis genoemd. In beide situaties wordt behoud van de eigen tand en het implantaat bedreigd en is behandeling noodzakelijk om de tand en het implantaat veilig te stellen en het tandvlees gezond te maken.

Verschil tussen parodontitis en peri-implantitis

Bij parodontitis is sprake van verlies van houvast, doordat het wortelvlies en het kaakbot aangetast zijn. Bij peri-implantitis is er ook sprake van verlies van houvast, echter alleen door de aantasting van het kaakbot omdat het wortelvlies ontbreekt. Een implantaat is enkel omringd door kaakbot en waarmee het niet echt verbonden is. Het is dankzij de schroefvorm van een implantaat dat het houvast heeft in het bot en dankzij de materiaaleigenschappen dat het kaakbot tegen het implantaat aan gegroeid is. Dit laatste wordt ook wel biocompatibiliteit genoemd en betekent dat in de meeste gevallen een implantaat goed verdragen wordt door het lichaam en niet wordt afgestoten.

Het is wetenschappelijk aangetoond dat gingivitis, maar ook mucositis, veroorzaakt worden door bacteriën uit de mondholte. Als gingivitis onbehandeld blijft kan dit in de loop van de tijd overgaan in parodontitis; ditzelfde geldt ook voor mucositis dat kan overgaan in peri-implantitis. Echter in het ontstaan van zowel parodontitis* als peri-implantitis spelen meer factoren een rol dan alleen de bacteriën. Beide aandoeningen worden dan ook multifactorieel genoemd, wat betekent dat er meerdere factoren een rol spelen in het ontwikkelen van een diepe ontsteking onder het tandvlees en het optreden van schade aan het kaakbot bij een implantaat.

In tegenstelling tot een eigen tand of kies spelen bij een implantaat (materiaal)technische factoren een grotere rol in het ontstaan van tandvleesproblemen. Immers een implantaat is niet door het lichaam zelf voortgebracht, maar is door de mens ontwikkeld waardoor techniek een specifiekere rol speelt. De technische aspecten van een implantaat hebben niet alleen invloed op het ontstaan van een (diepe) tandvleesontsteking bij implantaten, maar ook op de behandeling ervan. De volgende technische factoren spelen hierbij een rol: de materiaaleigenschappen van het implantaat, de vorm en ontwerp van het implantaat, hoe (diep) het implantaat ten opzichte van het tandvlees in het kaakbot is gezet en de vorm en het ontwerp van de kroon of de structuur die op het implantaat gezet is.

* lees ook de pagina Wat is parodontitis? over het ontstaan van parodontitis en de risicofactoren

Behandeling van ontstoken tandvlees bij implantaten

Een oppervlakkige ontsteking van het tandvlees rondom een implantaat (mucositis), waarbij er nog geen sprake is van botverlies, net als bij gingivitis rondom een eigen tand of kies, is door middel van een goede mondhygiëne en een grondige professionele gebitsreiniging onder controle te brengen. Alhoewel door het technische ontwerp van een implantaat en de toegepaste techniek het tandvlees veel vaker minder goed geneest. Hierdoor is er vaak nog sprake van een beetje ontsteking bij een implantaat, ondanks behandeling en is er vaak ook nog een verdiept zakje oftewel pocket aanwezig (bekijk onderstaande afbeeldingen 5 en 6).

Dit in tegenstelling tot een eigen tand of kies, waarbij gingivitis door middel van een goede mondhygiëne en een professionele gebitsreiniging volledig onder controle gebracht kan worden. Zo’n verdiept zakje (pocket) bij een implantaat na de behandeling is moeilijker te onderhouden met een goede mondhygiëne, waardoor de noodzaak voor professionele ondersteuning en regelmatige behandeling groter is om de situatie onder controle te houden.

Als er bij een implantaat sprake is van een tandvleesontsteking, waarbij ook het bot is aangetast (peri-implantitis), ontstaan nog diepere zakjes (pockets) rondom het implantaat, net als bij parodontitis. Tot op heden is succesvolle behandeling van peri-implantitis met als gevolg ondiepe zakjes (pockets) nog niet mogelijk, in tegenstelling tot bij parodontitis. Dankzij een goede mondhygiëne en een professionele reiniging onder het tandvlees is de situatie bij peri-implantitis te verbeteren, maar er is bijna altijd ook een operatieve behandeling noodzakelijk.

Schematische dwarsdoorsnedes van een implantaat met ontstoken tandvlees voor en na behandeling

In afbeelding 5 is het tandvlees bij het implantaat ontstoken en heeft zich een verdiept zakje (pocket) gevormd. In afbeelding 6 is het tandvlees na professionele reiniging en een goede mondhygiëne minder ontstoken, maar is niet helemaal ontstekingsvrij waardoor het tandvlees zich niet heeft aangehecht en het zakje dieper blijft. In afbeelding 7 is het tandvlees ernstig ontstoken en is het kaakbot rondom het implantaat aangetast, waardoor zich een sterk verdiept zakje (pocket) gevormd heeft (peri-implantitis). In afbeelding 8 is ondanks professionele behandeling en een goede mondhygiëne het tandvlees rondom het implantaat onvoldoende hersteld en nog steeds ontstoken, waardoor het tandvlees niet aangehecht is en het zakje verdiept blijft. Deze situatie is moeilijk te onderhouden met een goede mondhygiëne en behoud van het implantaat is twijfelachtig. Vergelijk deze situatie met een eigen tand (afbeelding 2 op de pagina Hoe behandel je parodontitis?), waarbij het tandvlees zich wel goed gehecht heeft aan de eigen wortel na de behandeling.    

Flap-operatie bij een implantaat

Tijdens een flap-operatie bij een implantaat worden net als bij een eigen tand of kies correcties uitgevoerd aan het tandvlees en het onderliggende kaakbot, waardoor de zakjes (pockets) minder diep worden. Vervolgens dient het overige deel van het tandvlees zich opnieuw aan te hechten, waardoor uiteindelijk een ondiep zakje (pocket) ontstaat en dat in de meeste gevallen rondom eigen tanden en kiezen optreedt. Echter bij een implantaat treedt dit herstel onvoldoende op, waardoor een dieper zakje (pocket) overblijft na de operatie (afbeelding 8). Dit wordt veroorzaakt door het ruwe en vaak geschroefde oppervlak van een implantaat, waaraan het tandvlees zich niet goed kan hechten en waarvan bacteriën ook moeilijker en onvoldoende te verwijderen zijn. Dit in tegenstelling tot een eigen tand, waarvan de bacteriën maar ook de eventuele ruwheden succesvol te verwijderen zijn met behulp van instrumenten, waardoor het tandvlees zich kan hechten (bekijk afbeelding 4 op de pagina Hoe behandel je parodontitis?).

Het verwijderen van de bacteriën bij een implantaat wordt naast de schroefvorm ook bemoeilijkt door de materiaaleigenschappen van het implaatoppervlak, waardoor het niet op dezelfde wijze bewerkt kan worden als een eigen tand. Bij eigen tanden en kiezen worden mechanische instrumenten gebruikt om bacteriën te verwijderen, terwijl dit bij implantaten schade zou veroorzaken aan het oppervlak. Tot op heden lijken chemische technieken de meest aangewezen behandelwijze te zijn en waarmee in de Parodontologie Praktijk Fokkema inmiddels succesvolle resultaten behaald zijn.

Omdat het tandvlees zich onvoldoende hersteld na (operatieve) behandeling van peri-implantitis, doordat het zich niet kan hechten aan het ruwe en geschroefde oppervlak van het implantaat, is het wenselijker om het kaakbot weer terug te laten groeien. Hiermee wordt in principe de oorspronkelijke situatie weer terug gewonnen en kan het oppervlakkige deel van het tandvlees zich ook weer herstellen, echter ook dergelijke ingrepen slagen tot op heden nog onvoldoende of niet. Dit betekent vaak dan ook dat een implantaat met gevorderd botverlies een twijfelachtig vooruitzicht (prognose) heeft en regelmatig professioneel gereinigd moet worden en soms verwijderd moet worden.

Parodontitis is een risico voor implantaten

In het ontstaan van peri-implantitis spelen naast de specifieke technische aspecten vergelijkbare factoren een rol als bij parodontitis. Daarom is een implantaat voor mensen met (gevorderdere) parodontitis niet de beste keus als vervanging voor een verloren gegane tand of kies, ook al is de parodontitis succesvol behandeld. Een implantaat is voor in de toekomst in dergelijke situaties niet geheel uitgesloten, maar er dient eerst voor langere tijd een stabiele tandvleessituatie aanwezig te zijn en/of er dient voor een andere constructie op het implantaat gekozen te worden. Als parodontitis daarentegen nog onbehandeld is, dan is het plaatsen van een implantaat zelfs onverantwoord, omdat de kans op een tandvleesontsteking bij het implantaat dan erg hoog is. Dit betekent dan ook dat altijd eerst de parodontitis behandeld moet worden, voordat er een implantaat geplaatst wordt. Hierover bestaat consensus binnen de hele tandheelkunde.

Relatie tot de algemene gezondheid

Tot slot heeft peri-implantitis net als parodontitis een nadelig effect voor de algemene gezondheid door de aanwezige vaak omvangrijke ontsteking onder het tandvlees en de grote hoeveelheden bacteriën die zich in de diepe zakjes (pockets) hebben opgehoopt. Lees meer hierover op de pagina Algemene gezondheid en tandvleesontsteking.